|
Welkom op de website van het Landelijk Overleg CoAssistenten (LOCA). Het LOCA is de belangenorganisatie voor alle ruim 6000 coassistenten in Nederland, met vertegenwoordigers van alle 8 geneeskunde faculteiten in Nederland.
Het LOCA zet zich in om de kwaliteit van de klinische fase van de studie geneeskunde te verbeteren. Om de belangen van coassistenten te kunnen vertegenwoordigen overlegt het LOCA iedere zes weken met de vertegenwoordigers en daarnaast vindt overleg plaats met verscheidene landelijke gremia.
Het LOCA volgt actuele ontwikkelingen inzake het belang van de coassistent. Welke vernieuwingen vinden er plaats, en wat zijn de gevolgen hiervan? Welke problemen spelen er tijdens de coschappen, en welke punten moeten er binnen de klinische fase van de studie juist worden omarmd? Gegevens uit onderling overleg en verricht onderzoek gebruikt het LOCA om coassistentenbelangen met een faculteitsoverstijgend karakter te behartigen.
|
|
Inventarisatie: aantal weken coschappen per specialisme per faculteit |
|
|
|
|
Door Simone Bernard
Nederland telt acht medische faculteiten, welke alle een ander curriculum qua indeling en opzet hebben. De verschillen in de bachelorfase lijken helder, maar hoe staat het met de verschillen in de masterfase? Vanuit de coraden en tijdens de vertegenwoordigersvergaderingen van het Landelijk Overleg CoAssistenten (LOCA) komen er regelmatig opmerkingen en vragen over de verschillende opzet van de coschappen. In deze inventarisatie heeft het LOCA met behulp van navraag bij de coraden de verschillen tussen de faculteiten ten aanzien van de coschappen overzichtelijk willen maken.
|
|
Door het LOCA-bestuur:
[Zaterdag 10-12-2011] Het LOCA bestuur 2012 is bekend geworden. Wij feliciteren van harte Rianne Hendriks (voorzitter UMCG), Florine Eggink (secretaris UMCG), Margriet de Bont (penningmeester UMCN), Wouter van Dijk (Bestuurslid PR & Werkgroepen UMCU), Lisanne de Graaff (Bestuurslid Inventarisaties UvA), Kim Kortekaas (Bestuurslid Onderwijs & Acquisitie LUMC) met hun benoeming en wensen hen veel succes!
|
|
Organisatiestructuur van de coraden |
|
|
|
|
Door Simone Bernard:
[Donderdag 13-10-11] De coraden zijn van essentieel belang voor het goed functioneren van het LOCA. Het LOCA ontvangt informatie vanuit de coraden over problemen die spelen onder coassistenten. Tevens zijn de LOCA vergaderingen, in het bijzijn van vertegenwoordigers van de coraden, voor het uitwisselen van informatie. Op deze manier kunnen coraden van elkaar leren en worden zij op ideeën gebracht ten aanzien van workshops, lezingen, het binnenhalen van sponsoring en feesten. Deze inventarisatie is opgesteld naar aanleiding van vragen vanuit een coraad over de organisatiestructuur van coraden in andere steden. Het LOCA wil door middel van deze enquête duidelijkheid krijgen over de organisatiestructuur van de coraden op de acht medische faculteiten.
De coraden bestaan gemiddeld uit 10 commissieleden, het aantal is echter variërend van 5 tot 25 leden. De meerderheid van de coraden zijn een onderdeel (commissie) van de studievereniging. Enkele coraden zijn bij het nemen van besluiten afhankelijk van de studievereniging en moet er goedkeuring gevraagd worden aan de studievereniging. Slechts één coraad is een officieel studentenorgaan met zeggenschap binnen de universiteit, echter bijna alle coraden hebben inbreng en weldegelijk zeggenschap bij beslissingen over onderwijs gerelateerde zaken. De coraden kunnen via verschillende organen invloed uitoefenen op onderwijs gerelateerde zaken, onder andere via de opleidingscommissie, het algemene bestuur van de studievereniging, de opleider, studieadviseur, studentenraad en coördinator van het master onderwijs. Coraden hebben op de meeste faculteiten structureel overleg met: de medische studievereniging, coassistenten, decaan onderwijszaken, studentassessor, facultaire studentenraad en corgroepvertegenwoordigers. De meeste coraden komen aan inkomsten via de studievereniging, de faculteit of via zelf binnengehaalde sponsoring. Aan enkele coraden worden er vanuit de studievereniging regels opgesteld over welke sponsoring wel of niet binnengehaald mag worden.

|
|
Symposium 'Alle ballen in de lucht' |
|
|
|
|
Door de NVR en de VNVA:

|
|
Wat zeg je?! Communicatieonderwijs onder de loep genomen! |
|
|
|
|
Door Simone Bernard:
[Woensdag 07-09-2011] Het LOCA heeft een inventarisatie uitgevoerd onder haar vertegenwoordigers, met als doel het in kaart brengen van het communicatieonderwijs onder coassistenten op de acht medische faculteiten. Onder communicatieonderwijs wordt verstaan: onderwijs en trainingen ten behoeve van het verwerven van competenties (CanMeds rollen) die van belang zijn als arts. Je kunt hierbij denken aan onderwijs over gesprekstechnieken, oefenen met simulatiepatiënten, hoe om te gaan in moeilijke arts / patiënt situaties, enz. Moet het communicatieonderwijs doelmatiger worden ingericht, bijvoorbeeld door studenten meer dan nu onderwijs-op-maat te bieden? Studenten krijgen op alle faculteiten in het tweede, derde en vierde studiejaar communicatieonderwijs. Op enkele faculteiten krijgen studenten geen communicatieonderwijs in het zesde studiejaar. Op alle faculteiten vindt communicatieonderwijs ook tijdens de coschappen plaats, voornamelijk op terugkomdagen en / of in onderwijsweken. Wel wordt er aangegeven dat er in de loop der studiejaren minder communicatieonderwijs wordt gegeven. Hoeveel uur er in totaal gedurende de gehele studie aan communicatieonderwijs wordt besteed, is erg wisselend per faculteit. Het gemiddelde ligt tussen de 50 en 100 uur. Alle faculteiten geven aan dat deze lessen verplicht zijn. Bij de meerderheid wordt het communicatieonderwijs aangeboden in de vorm van het oefenen met simulatiepatiënten, feedback over communicatie in de praktijk en onderwijs in werkgroepen. Op alle faculteiten wordt het onderwijs door psychologen gegeven en komen er simulatiepatiënten aan te pas. Regelmatig worden lessen ook door artsen of arts-assistenten gegeven. Ook worden de lessen op één faculteit door psychologiestudenten gegeven.

Overal komt het oefenen van een slecht nieuwsgesprek, de opbouw van een anamnese, het hanteren van emoties en gesprekstechnieken naar voren. Uitleg over competenties op basis van de CanMeds rollen vindt op enkele faculteiten plaats. Ook is er aandacht voor de hetero-anamnese, het omgaan met moeilijke en boze patiënten, intimidatie van patiënt of begeleider en adviesgesprekken. Tevens is er speciaal onderwijs in het oefenen van een hetero-, kind-, puber- en psychiatrische anamnese. Slechts op één faculteit bestaat de mogelijkheid van het volgen van een meer individueel gerichte leerlijn. Er is een mogelijkheid om zelf onderwerpen te kiezen. Geen enkele faculteit hanteert de mogelijk van een eigen leertraject en nergens is het mogelijk extra lessen te volgen als je een onderdeel niet goed beheerst. Wel kun je wel accenten op verbeterpunten leggen en binnen dezelfde lessen liggen dus voor iedereen de accenten anders. Het huidige aantal communicatielessen wordt op alle faculteiten gezien als voldoende. Onder veel studenten heerst de gedachte dat er teveel tijd wordt besteed aan de communicatielessen, omdat de lessen vaak lang duren en soms veel herhaling hebben. Een ander deel van de studenten vindt dit juist prettig. Over het algemeen worden de lessen als nuttig en leerzaam ervaren. De meningen van de coraden over het invoeren van een individueel leertraject zijn wisselend. Zo geven een aantal coraden aan dat een individuele leertraject ervoor zou kunnen zorgen dat studenten die meer oefening nodig hebben qua communicatieonderwijs, extra lessen zouden kunnen volgen. Andere geven aan dat iedereen bepaalde basisvaardigheden moet leren en dit moet voor iedereen hetzelfde zijn. Sommige vinden het niet reëel ieder zijn eigen pad te laten volgen. Binnen het vaste onderwijs is al veel ruimte voor je eigen verbeterpunten en op deze manier zou het kostenplaatje te groot worden.
|
|
Onderwijs in didactische vaardigheden: Wenselijk of noodzakelijk voor iedere geneeskundestudent?
Door Anne Kloek:
[Maandag 01-08-2011] Dit jaar heeft het Landelijke Overleg CoAssistenten (LOCA) haar landelijke enquête gewijd aan onderwijs in didactische vaardigheden. Hiermee wil het LOCA onderzoeken in hoeverre hieraan tijdens de coschappen aandacht wordt besteed. Tevens is met deze enquête de mening van coassistenten over didactische kwaliteiten van de arts-assistenten en specialisten in kaart gebracht.
De enquête is digitaal verspreid onder de coassistenten van alle acht medische faculteiten. Dankzij de goede promotie via onze medestudenten en vertegenwoordigers van de co- en masterraden hebben wij dit jaar een groot aantal deelnemers kunnen behalen. Meer dan duizend coassistenten hebben dit jaar de enquête online ingevuld!
 Onder de respondenten zijn drie prijzen verloot. Twee irischeques en één dinercheque ter waarde van respectievelijk €25 en €50. De prijswinnaars zijn: Ariënne de Zeeuw (Universiteit Utrecht, UU), Kim van Mierlo (Universiteit Maastricht, UM) en Marlies Mulder (Radboud Universiteit Nijmegen, RU).
De resultaten van het onderzoek naar onderwijs in didactische vaardigheden in de opleiding geneeskunde zullen tijdens het NVMO congres in november worden gepresenteerd. Na het congres zullen deze te vinden zijn op deze website.
|
|
Kies jij voor onderwijs of uitslapen? |
|
|
|
|
Door Simone Bernard:
Het LOCA heeft een inventarisatie uitgevoerd onder haar vertegenwoordigers, met als doel het in kaart brengen van aanwezigheid bij verplichte lessen, controle en consequenties op de acht medische faculteiten. In hoeverre is er controle van aanwezigheid bij verplichte lessen en wat zijn de consequenties van het niet komen opdagen?
Het gemiddelde aantal verplichte lessen / terugkomdagen voor een coschap van vier weken is wisselend per faculteit. Gemiddeld is er één terugkomdag per vier weken coschap, maar enkele faculteiten hebben frequenter terugkomdagen. Echter elke faculteit heeft een geheel ander coschap schema.
De terugkomdagen bestaan voornamelijk uit het oefenen van praktische vaardigheden, werkgroepen met klinisch redeneren, farmacotherapie, ethiek, casuïstiek, professioneel gedrag en coachgroepen.
De verplichte terugkomdagen worden eigenlijk op alle faculteiten gecontroleerd met behulp van aftekenlijsten. Sommige faculteiten gaan erg nauwkeurig te werk en zij maken gebruik van dubbele controle. Bij enkele faculteiten valt afwezigheid op doordat de verplichte lessen in kleine groepen zijn. Echter wordt aanwezigheid bij verplichte lessen niet altijd gecontroleerd.
 De consequenties van het niet komen opdagen bij verplichte lessen is verschillend per faculteit en bestaat bij de meeste faculteiten uit de les inhalen en / of een inhaalopdracht. Bij enkele faculteiten is er geen consequentie bij afwezigheid van verplichte lessen, mits je weg blijft na overleg en met een gegronde reden. Ook wordt er soms geen eindbeoordeling gegeven en is er geen deelname aan een tentamen mogelijk. Het is bij één faculteit mogelijk om een waarschuwing via de e-mail te ontvangen indien het onderwijs verplicht is.
Er wordt aangegeven dat de opkomst bij lessen waar aanwezigheid streng gecontroleerd wordt hoog is, met name om een inhaalles of extra opdracht te voorkomen. Tevens spelen de hoeveelheid verplichte lessen en de reputatie van de lessen een belangrijke rol bij de beslissing al dan niet op te komen dagen. Op een paar faculteiten zijn er coassistenten geschorst vanwege het vervalsen van een handtekening.
|
|
Burn-out en overschrijding urennorm bij coassistenten: hoe zit het nou echt?! |
|
|
|
|
Door Simone Bernard:
Zaterdag 11 juni 2011 - Het LOCA heeft een inventarisatie uitgevoerd onder haar vertegenwoordigers uit de coraden, met als doel het in kaart brengen van burn-out en overbelasting onder coassistenten op de acht medische faculteiten. Dat er sprake is van urenoverschrijding en hoge werkdruk onder coassistenten is bekend. In 2007 bleek uit een enquête van het KNMG Studentenplatform dat meer dan één derde van de coassistenten hun coschappen regelmatig niet meer ziet zitten.
Uit de inventarisatie blijkt dat de coraden weinig meldingen krijgen over de overschrijding van de urennorm, gemiddeld 2-3 meldingen per jaar. Echter, de coraden proberen overschrijding van de urennorm te signaleren door het organiseren van lunches of vergaderingen met coassistenten, waar zij met klachten terecht kunnen. De coraden kunnen op hun beurt met de klachten terecht bij de desbetreffende opleider van het coschap of bij het onderwijsinstituut.
De coraden informeren de coassistenten meestal op schriftelijke wijze over hun rechten met betrekking tot het overschrijden van de urennorm. Tevens is deze informatie terug te vinden op Blackboard en in informatieboekjes. Echter zijn er ook coraden die coassistenten mondeling op de hoogte brengen van hun rechten en de vraag is of dit meer effect heeft.
Het blijkt dat coraden niet over gegevens van coassistenten met een burn-out beschikken. Er kan naar aanleiding van deze inventarisatie dus ook geen informatie verschaft worden over het aantal coassistenten met een burn-out.
 Op een aantal faculteiten worden er aan coassistenten trainingen en cursussen door een psycholoog aangeboden met als doel het voorkomen van een burn-out. Er wordt ondersteuning aan coassistenten met een burn-out aangeboden in de vorm van begeleiding door een psycholoog, vertrouwenspersoon of studieadviseur. Tevens lopen er projecten van studentenpsychologen, commissies professioneel gedrag en tutoren, waarbij er actief gezocht wordt naar coassistenten met stress en burn-out klachten.
De coraden geven aan dat er voldoende begeleiding van coassistenten met een burn-out is, maar dat coassistenten niet weten waar ze hiervoor terecht kunnen. Tevens moet er meer voorlichting gegeven worden met als doel preventie van burn-out en daarnaast is het van belang dat een burn-out in een zo vroeg mogelijk stadium herkend wordt.
Mogelijkheden voor het voorkomen van overschrijding van de urennorm zijn: een duidelijker protocol met specifieke regelingen met betrekking tot diensten en compensaties, het bijhouden van een urenlijst, het aanspreken van de opleiders indien de urennorm overschreden wordt, coassistenten duidelijk maken wat hun rechten zijn en hen wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid omtrent urenoverschrijding.
Voor de begeleiding van coassistenten met een burn-out is goede preventie met behulp van voorlichting, laagdrempelige toegang tot psychologische hulp en goede informatievoorziening, die aangeeft waar coassistenten met klachten terecht kunnen, noodzakelijk. |
|
Ben jij tevreden met de begeleiding door arts-assistenten? |
|
|
|
|
Door Simone Bernard:
Vrijdag 10 juni 2011 - Het LOCA heeft een inventarisatie uitgevoerd onder haar vertegenwoordigers, met als doel het in kaart brengen van de situatie met betrekking tot didactisch onderwijs op de acht medische faculteiten. Deze inventarisatie is uitgevoerd ter aanvulling op de landelijk enquête over hetzelfde onderwerp. Onder didactische vaardigheden wordt verstaan: het overdragen van kennis, vaardigheden en inzicht door supervisoren aan coassistenten.
Uit de inventarisatie blijkt dat op een meerderheid van de faculteiten aandacht wordt besteed aan onderwijs in didactisch vaardigheden, zowel in de masterfase als in de bachelorfase.
Het onderwijs bestaat voornamelijk uit zelf les geven door coassistenten, waarbij er geobserveerd wordt. Tevens wordt er onderwijs gegeven in de vorm van presentatietrainingen, werkgroepen en colleges. Dit onderwijs is vrijwel op elke faculteit een verplicht onderdeel in het curriculum. Indien dergelijk onderwijs facultatief wordt aangeboden, is er slechts matig belangstelling voor.
Het blijkt dat onderwijs in didactische vaardigheden op een aantal faculteiten al meer dan 5 jaar geleden haar intrede in het curriculum heeft gedaan. Op andere faculteiten is pas sinds ongeveer een half jaar aandacht voor onderwijs in didactische vaardigheden. Op geen van de faculteiten wordt meer dan 20 uur aan onderwijs in didactische vaardigheden besteed gedurende de gehele duur van de studie geneeskunde.
Coraden verschillen van mening over de noodzaak van onderwijs in didactische vaardigheden tijdens de studie geneeskunde. Zo vinden sommigen dat het onderwijs op de faculteit te kort schiet en anderen vinden dat het onderwijs niet bijdragend is aan het doel een goede arts te worden en het derhalve niet thuis hoort in de basisopleiding geneeskunde, maar plaats zou moeten vinden in de vervolgopleiding. Andere coraden vinden dat het onderwijs dat gegeven wordt van goede kwaliteit is, maar onvoldoende qua contacturen.
Uit de op dit moment landelijk uitgevoerde LOCA enquête over hetzelfde onderwerp, zal blijken wat coassistenten vinden van de begeleiding tijdens de coschappen en hoe ze tegen het onderwijs in didactische vaardigheden aankijken. |
|
E-learning: een nieuwe onderwijsvorm? |
|
|
|
|
Door Simone Bernard:
Zaterdag 12 maart 2011 - Recent is door het LOCA de inventarisatie e-learning uitgevoerd onder de LOCA-vertegenwoordigers van alle acht geneeskundefaculteiten. Doel van deze inventarisatie was het in kaart brengen van het gebruik van digitale colleges, opdrachten en toetsen. Uit het resultaat blijkt dat in de toepassing van digitaal onderwijs tussen de medische faculteiten grote verschillen bestaan. Enkele faculteiten hebben een uitgebreide digitale leeromgevingen met oefencasussen, leerstof, filmpjes, illustraties en oefentoetsen. Op een aantal faculteiten wordt er voor bepaalde coschappen digitaal getoetst. Als voordeel wordt aangegeven de snelle uitslag en de mooie illustraties. Echter als nadeel wordt het slechter kunnen concentreren door het lezen vanaf een computerscherm aangegeven. Digitaal onderwijs is op de meeste faculteiten niet verplicht en zonder begeleiding van een docent. De digitale leeromgeving wordt gezien als methode om goed te kunnen voorbereiden op een coschap of toets en als naslagwerk.
Samenvattend blijkt dat er een grote diversiteit in het gebruik van e-learning op de faculteiten bestaat. Trend is dat het steeds vaker wordt toegepast. Mogelijk gaat een deel van het reguliere onderwijs vervangen worden door een digitale variant. Belangrijke voorwaarden die in ogenschouw dienen te worden genomen zijn behoud van kwaliteit en de mogelijkheid tot interactie tussen specialist en coassistent. |
|
Coassistenten slachtoffer van seksuele intimidatie |
|
|
|
|
Vrijdag 11 maart 2011 - Vanavond heeft Joshua Verbakel namens het Landelijk Overleg CoAssistenten in het programma Avondspits van Radio 1 een korte reactie gegeven op het nieuwsitem 'seksuele intimidatie onder coassistenten'. De voorzitter van LOCA reageerde met een korte analyse over het nog steeds spelende probleem voor artsen in opleiding op de werkvloer. Aanleiding was een artikel over dit onderwerp, dat die ochtend was verschenen in de Telegraaf.
Klik hier voor het interview op Radio 1. |
|
|